Tekenontwikkeling van kinderen

  • tot 2 jaar:

De eerste "tekeningen" komen toevallig tot stand:
het zijn de strepen die het kind met zijn lepel door de pap trekt. Het zijn de sporen van het eten op het tafelblad.
Rond het eerste jaar krijgt een kind vaak het eerste potlood of krijtje te pakken. 
Het kind krast, smeert en kliedert er op los.
Hij leeft zich lekker uit met kleuren en diverse materialen.

  • 2 en 3 jaar:

Vanuit het gekras ontstaan andere krabbels in een min of meer vaste volgorde.
Over de gehele wereld zijn deze krabbels veelal dezelfde. Het gekras heeft ook geen enkele betekenis, het beleven van de beweging is waar het om gaat.

  • 3 en 4 jaar:

Vanuit het krassen ontstaat een gesloten cirkel.
Het kind ziet verschil tussen zichzelf én de buitenwereld en gaat opzoek naar begrenzing. Hij wordt zich al spelend en onderzoekend bewust van zijn lichaam en gaat beseffen dat híj het is die dingen doet! Vanuit dat bewustzijn ontwikkelt zich geleidelijk de mens tekening, de eerste aandoenlijke koppoters ontstaan.

  • 5 en 6 jaar:

Na een periode van dwarrelen, alle figuren  die getekend worden  komen op een willekeurige plek op de tekening, er wordt ook geen enkele rekening gehouden met verhoudingen. Wat gister nog opa was kan vandaag opeens de hond van de buren zijn, deze dwarrelfase gaat vaak gelijkmatig ergens in de kleuterleeftijd over in de "sandwich" tekening. Hemel en aarde worden gebruikt als begrenzing van het blad. Het streepje hemel voelt veilig, een soort bescherming. Je kind laat interacties zien. De tekeningen worden hele verhalen tussen personen, dieren etc. Soms zie je meerdere horizonnen, het kind gaat beseffen hoe groot de wereld is.Het is misschien wel de leukste periode waarin het kind spontaan en onbevangen tekent. De tekeningen worden realistischer. Het kind tekent baby's in de buik, pijn in het hoofd, zijn verdrietige bui etc. De koppoters zijn mensjes geworden met rompen en ledematen. 

  • 7- 8 jaar 

Kinderen kunnen inmiddels alle details van een menstekening tekenen. Ontbreken er details dan is dit een reden tot nader onderzoek. Hoe meer details er worden getekend hoe verder de intelligentie gevorderd is.  

  • 8 jaar

Kinderen tekenen wat ze weten. We zien de zg. röntgentekeningen. We zien moeders met een baby in de buik en meubels in huiskamers door de muren heen. Kinderen op die leeftijd kunnen zich voorstellen dat er iets is achter de dingen wat ze op dat moment niet kunnen zien. Ze tekenen wat ze weten en niet wat ze zien. Kinderen ontdekken dat er dingen niet kloppen in hun tekening en worden kritisch op hun eigen kunnen. Het plezier  en de durf in het tekenen lijkt wat te verdwijnen, ze worden tekenmoe.

  • 8-10 jaar 

Kinderen hebben op deze leeftijd behoefte aan tips. Vanaf het 9e jaar is de oogzenuw zover ontwikkeld dat het kind veel meer diepte gaat zien. Er wordt gebruik gemaakt van het "coulisse effect", je kunt ergens voor of achterlangs tekenen. Jongenstekeningen vaak actie tekeningen, de energie en het lawaai spatten er vanaf. Meisjes tekenen vaak een sociale situatie in of rondom het huis, vaak met paarden en poezen erbij. KInderen in deze leeftijd  willen niet opvallen maar 'mooi ' tekenen. Natekenen van elkaar hoort ook bij de fase waarin kinderen elkaar normen, waarden en regels leren voor allerlei spelletjes. Ze leren elkaar kunstjes en ze leren elkaar hoe het hoort. Het is belangrijk om ergens bij te horen. 

  • 10-12 jaar:

Tussen het 10e en 12e levensjaar wil het kind graag werken met wetmatigheden, 
zoals constructief tekenen met passer en liniaal. 
Geometrische vormen worden interessant. 
Het kleuren mengen komt opnieuw in de belangstelling. 
Het kind wordt de baas over de eigen tekening.
Ze kunnen streng oordelen over hun eigen werk. 

  • Pubers

In de puberteit stopt het spontaan tekenen vaak.
Kinderen zijn erg kritisch op hun werk
en 'strenge' leerkrachten en/of ouders die het werk beoordelen versterken dat.
De tekeningen moeten er 'echt' uit zien
en als ze dat niet zijn dan is het kind teleurgesteld. Pubers denken heel zwart/wit.
Een aantal kinderen gaat door met tekenen.
Het zijn vaak diegene die spontaan een andere 'mood' hebben ontdekt.
Om te tekenen en hieraan plezier te beleven is het nodig om anders te leren kijken.
...om in de rechterhersenhelft te komen


Op ontdekkingsreis , voelen, proeven, doen.

De cirkel wordt gesloten, koppoters ontstaan.

De dwarrelfase, alles vliegt door de lucht en er is geen enkele verhouding in alles wat is getekend.

Sandwichfase, alles tussen hemel en aarde. Daar gebeurt het allemaal.

Tekenmoeheid, kinderen willen niet opvallen, het moet kloppen.

Oudere kinderen krijgen graag tips, maar experimenteren ook graag met geometrie en wetmatigheden. Perspectief tekenen kan juist weer perspectief aan het echte leven geven.